vrijdag 25 september 2026
Nederlander verwarmt zichzelf
Uit The Science of Warmth Report 2026 van Stoov, gebaseerd op de Annual Warmth Survey onder 2.766 Stoov-klanten in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, blijkt dat consumenten steeds vaker kijken naar manieren om zichzelf warm te houden in plaats van de hele ruimte te verwarmen.
Onder de Nederlandse respondenten zegt 71% liever zichzelf warm te houden dan de hele kamer, terwijl 7% de voorkeur geeft aan het verhogen van de thermostaat. In de totale groep ondervraagden maakt 76% zich zorgen over de energiekosten van komende herfst en winter en zegt 35% eerst vaker naar persoonlijke warmteoplossingen te willen grijpen voordat de centrale verwarming hoger gaat.
De uitkomsten komen op een moment waarop de betaalbaarheid van energie opnieuw volop in de belangstelling staat. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) verwacht dat huishoudens in 2027 gemiddeld €141 per jaar meer kwijt zijn aan het transport van elektriciteit en gas: €89 voor stroom en €52 voor gas. Bovendien werd tijdens Prinsjesdag bevestigd dat het Noodfonds Energie komende winter opnieuw beschikbaar komt. Het kabinet stelt hiervoor €193 miljoen beschikbaar, waarmee naar verwachting zo'n 500.000 huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening kunnen worden geholpen.
Dat deze ondersteuning nodig blijft, blijkt ook uit de cijfers over energiearmoede. In 2025 leefden volgens de in het onderzoek aangehaalde cijfers van CBS en TNO circa 503.000 Nederlandse huishoudens (6%) in energiearmoede: zij hebben onvoldoende financiƫle ruimte om hun woning goed en betaalbaar te verwarmen.
De zorgen over betaalbaarheid lijken daarmee niet alleen invloed te hebben op hoeveel mensen hun huis verwarmen, maar ook op de manier waarop zij warmte gebruiken. Het Noodfonds biedt voor een deel van de huishoudens tijdelijke ondersteuning, terwijl energiebesparing en verduurzaming volgens het kabinet belangrijk blijven om woningen structureel betaalbaarder te verwarmen.
Ruimteverwarming vraagt verreweg het meeste huishoudelijke energie: in Nederland gaat zelfs 78% van het energieverbruik in huis naar verwarming (TNO). Dat maakt de stap naar persoonlijke warmte niet alleen een kwestie van comfort, maar ook van besparing. Over de hele onderzoeksgroep vindt 94% onafhankelijke controle over de eigen warmte belangrijk, en dat gevoel is herkenbaar: 95% van de Nederlandse respondenten voelt zich weleens koud tijdens stilzittende activiteiten zoals thuiswerken, tv kijken of lezen, precies de momenten waarop je jezelf, in plaats van de hele kamer, kunt opwarmen.
Volgens het onderzoek is bijna twee derde van de meerpersoonshuishoudens (62%) het regelmatig oneens over de thermostaat. Dat de ene persoon met een trui aan op de bank zit terwijl de ander het raam wil openzetten, is niet alleen een kwestie van smaak. Maar liefst 91% van de respondenten geeft aan zich regelmatig koud te voelen in ruimtes waar anderen om hen heen het prima naar hun zin lijken te hebben.
Vooral tussen mannen en vrouwen bestaan meetbare, biologische verschillen. Volgens Dr. Hannah Pallubinsky, universitair docent thermofysiologie aan de Universiteit Maastricht, voelen vrouwen zich gemiddeld comfortabel bij een omgevingstemperatuur die ongeveer 2,5 graden hoger ligt dan die van mannen. "Gemiddeld hebben vrouwen een kleiner lichaam en daardoor relatief gezien een grotere verhouding tussen lichaamsoppervlak en volume, waardoor warmte makkelijker verloren gaat. Tel daar de doorgaans lagere spiermassa bij op, spierweefsel speelt een belangrijke rol bij de productie van warmte, en het is goed te begrijpen waarom veel vrouwen het eerder koud hebben. Zoals altijd gaat het om algemene tendensen, niet om vaste regels: lichamen verschillen sterk, ongeacht gender.", aldus Pallubinsky.
Onderzoek gepubliceerd in The Lancet laat bovendien zien dat vrouwenhanden gemiddeld zo'n 4 graden kouder zijn dan die van mannen, iets wat 87% van de vrouwelijke respondenten in eigen ervaring herkent. Daarnaast verandert de lichaamstemperatuur gedurende de menstruatiecyclus: 64% van de vrouwelijke respondenten merkt verschillen in hoe warm of koud ze zich voelt tijdens verschillende fases van haar cyclus.
Ondanks de genderverschillen is de comfortnorm vastgesteld op 21 °C. Deze norm vindt zijn oorsprong in comfortonderzoek uit de jaren zeventig en is gebaseerd op het mannenlichaam en het metabolisme van een 40-jarige man van 70 kilo. “Er is in de jaren zeventig comfortonderzoek gedaan, voornamelijk onder mannen. Onderzoek laat zien dat vrouwen bij dezelfde temperatuur meer kleding nodig hebben om zich comfortabel te voelen, omdat zij die temperatuur simpelweg als kouder ervaren,” legt Pallubinsky uit.
Labels:
verwarming
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

0 reacties:
Een reactie posten