Een eerste appartement, samenwonen, gezinsuitbreiding of juist kleiner gaan wonen. Verhuizen hoort voor veel Nederlanders bij verschillende fases in het leven. Uit onderzoek van Pronto Wonen blijkt dat 85% van de respondenten in hun leven minstens twee keer van woning wisselde, terwijl 1 op de 5 zelfs zes keer of vaker verhuisde. Voor bijna de helft voelt een verhuizing als een frisse start, waarbij comfort, woongeluk en nieuwe energie toenemen.
Voor veel Nederlanders is verhuizen een terugkerend onderdeel van hun leven. Ruim acht op de tien (85%) Nederlanders is twee keer of vaker verhuisd. Zo verhuisde 38% twee tot drie keer en wisselde een kwart vier tot vijf keer van woning. Bovendien heeft 20% al zes keer of vaker de verhuisdozen ingepakt. Voor bijna één op de tien (9%) is verhuizen zelfs een terugkerend thema: zij verhuisden acht keer of vaker.
Een verhuizing gaat voor veel Nederlanders verder dan alleen een praktische verandering. Bijna de helft (46%) ervaart het als een nieuwe start. Na een verhuizing voelt 43% zich comfortabeler in de nieuwe woning en geeft 37% aan dat hun woongeluk toeneemt. Ook krijgt één op de drie Nederlanders nieuwe energie van een verhuizing. Voor de meesten betekent een nieuwe woning vooral een positieve stap vooruit.
De levensfase blijkt een grote rol te spelen in hoe vaak mensen verhuizen. Vooral jongvolwassenen zijn vaak in beweging. Met name de groep tussen de 18 en 27 jaar verhuist (37%) het vaakst. Ook tussen de 28 en 37 jaar wordt er nog veel verhuisd (26%). Daarna neemt het aantal verhuizingen geleidelijk af, al blijft de groep tussen 38 en 47 jaar nog relatief actief in het zoeken naar een nieuw thuis (14%).
Hoewel verhuizen vaak veel verandering met zich meebrengt, blijkt dat veel Nederlanders weinig heimwee ervaren na een verhuizing. Zo geeft 39% aan niets te missen na een verhuizing. Wie wél iets mist, denkt vooral terug aan de periode en de herinneringen die bij de oude woonplek hoorden (25%). Daarnaast mist bijna één op de tien (8%) de sociale contacten uit de oude buurt. Opvallend is dat mannen (11%) dit vaker aangeven dan vrouwen (7%).
vrijdag 10 juli 2026
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

0 reacties:
Een reactie posten