De winterse omstandigheden brengen niet alleen voor mensen plezier én risico’s met zich mee. Ook huisdieren verdienen in deze periode extra aandacht. De veterinairs van Vets Place, onderdeel van dierenspeciaalzaak Pets Place, zetten de belangrijkste adviezen voor baasjes op een rij.
De winterse omstandigheden brengen niet alleen voor mensen plezier én risico’s met zich mee. Ook huisdieren verdienen in deze periode extra aandacht. Volgens de veterinairs van Vets Place, onderdeel van dierenspeciaalzaak Pets Place, is het belangrijk om goed op het gedrag van je huisdier te letten en goede voorzorgsmaatregelen te nemen als je kat of hond naar buiten gaat. Klik op de foto om het rechtenvrije beeld in hoge resolutie te downloaden.
Als baasje ken je je huisdier het best. Als jouw beestje zich niet goed voelt, merk je dat aan het gedrag. Let daarom goed op of je huisdier zich anders gedraagt dan normaal. Verder is het belangrijk goede voorzorgsmaatregelen te nemen als je kat of hond naar buiten gaat. Als je twijfelt of het huisdier het wel fijn vindt om buiten te zijn, houd het dan zo veel mogelijk binnen.
Voor de meeste honden is het geen probleem om in winterse omstandigheden buiten te zijn. Honden passen zich aan de weersomstandigheden aan en hebben ’s winters een dikkere vacht die ze goed beschermt tegen kou. Zolang honden in beweging zijn, raken ze niet snel onderkoeld. Kijk goed naar het gedrag van je hond om te bepalen hoe lang je kunt wandelen. Opstaande haren en rillingen zijn signalen dat je hond het koud heeft. Voor oudere honden, honden met een dunne vacht, honden met een medische aandoening of honden die gewend zijn aan warmere weersomstandigheden kan het verstandig zijn een jasje aan te doen tijdens het wandelen. De hond geeft zelf aan of die het wel of niet fijn vindt een jasje te dragen.
De belangrijkste tip is om na het wandelen de pootjes goed schoon te maken. Het strooizout kan er namelijk voor zorgen dat de zoolkussens gaan irriteren en het kan zelfs gevaarlijk zijn voor honden. Ze likken dit op, door bijvoorbeeld zelf hun pootjes schoon te maken na het wandelen. Het zout is zo geconcentreerd dat honden er ziek van kunnen worden en zelfs een zoutvergiftiging kunnen oplopen, wat levensgevaarlijk kan zijn. Om dit te voorkomen kun je na het wandelen de pootjes goed schoonmaken met water of een natte doek en ze daarna drogen. Eventueel kun je de pootjes voor het wandelen insmeren met een speciale zalf of pootschoentjes of -sokjes aandoen, maar de meeste honden vinden het niet prettig iets aan hun pootjes te hebben.
Tot slot is het goed om erop te letten dat je hond niet te veel sneeuw binnen krijgt. Het strooizout in de sneeuw is giftig en bij grote hoeveelheden sneeuw kan je hond onderkoeld raken. Verder is het niet aan te raden de hond mee het ijs op te nemen, omdat honden er over het algemeen niet van houden op ijs te lopen.
Katten kunnen in principe gewoon naar buiten in winterse omstandigheden. Een kat geeft zelf aan als hij niet naar buiten wil. Vanwege de kou is het raadzaam ervoor te zorgen dat een kat te allen tijde naar binnen kan. Check het kattenluikje regelmatig om ervoor te zorgen dat het niet is dichtgevroren en laat je kat niet buiten als er de hele dag niemand thuis is. Als je buiten een bakje water voor de kat hebt staan, ververs het dan regelmatig zodat het water niet bevriest.
Verder is het belangrijk om er rekening mee te houden dat katten graag warme plekjes opzoeken, zoals onder de motorkap van een auto of in een schuurtje of garage. Check deze plekken daarom goed, zodat een kat niet opgesloten komt te zitten.
Over konijnen bestaat het beeld dat ze slechter tegen de kou kunnen dan tegen de warmte, maar het is andersom. Konijnen zijn goed bestand tegen de kou. Het is beter om een konijn dat normaal gesproken in de tuin of op het balkon leeft buiten te laten dan het konijn naar binnen te halen. Wel is het verstandig bij winterse neerslag voor beschutting te zorgen. Plaats het konijnenhok in de schuur of onder een overkapping, zodat er geen sneeuw of andere winterse neerslag in het hok en op het konijn terechtkomt. Zorg daarnaast voor genoeg stro en water.
Hans Otten is senior categoriemanager bij Pets Place met als specialisatie vissen. Volgens hem hoeven mensen die een vijver hebben van dieper dan 80 centimeter niets te doen, omdat de vissen ’s winters prima op de bodem van het water kunnen leven. Vijvers van 50 centimeter of minder diep, dienen gedeeltelijk ijsvrij gehouden te worden. Als het water compleet bevriest, krijgen de vissen namelijk geen zuurstof meer en sterven ze. Overigens bevriest een vijver boven de grond sneller dan een vijver onder de grond. Met een zogenaamde ijsvrijhouder – een piepschuimbol – is eenvoudig te voorkomen dat het water volledig bevriest. Je plaatst de houder in het water, haalt het deksel eraf en zorgt voor een laagje water in de bol. Dit zorgt ervoor dat er altijd een deel van de vijver open blijft.
Daarnaast is het belangrijk om het filter in de vijver leeg te laten lopen. Dat kan bij temperaturen onder nul bevriezen en kapot gaan. Ook is het beter om vissen niet te voeren bij temperaturen onder de 5 graden. De vissen blijven op de grond en eten het voedsel niet op, waardoor het water verontreinigt.
Tot slot geeft Otten nog een tip voor als de winter voorbij is en de temperatuur weer boven de 5 graden uitkomt: zorg voor voldoende zout in het water. Dit is belangrijk voor de slijmhuid van de vis. Via meetapparatuur of bij een dierenspeciaalzaak is te achterhalen of er voldoende zout in de vijver aanwezig is.
vrijdag 9 januari 2026
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

0 reacties:
Een reactie posten